Perkament
De pargamina.
Pargamina quomodo fieri debet:
Mitte illam in calcem et iaceat ibi per dies III;
Et tende illam in cantio
Et rade illam cum nobacula de ambas partes et laxas desiccareÖ
Uit Compositiones ad tingenda musiva, ItaliŽ, rond 800

    Men zou het vandaag de dag niet vermoeden als gekeken wordt naar de overblijfselen, of wat er verhoudingsgewijs door onderzoekers over geschreven wordt, maar in de Middeleeuwen zijn er veel boeken geproduceerd. Boeken hadden tot op zekere hoogte de status van een luxe-artikel. Het grootste gedeelte van de bevolking, met name de armere mensen, kon niet lezen en boeken werden daarom vooral gebruikt door rijke, goedgeschoolde mensen. Toch was het een zeer geliefd communicatiemiddel dat voor allerlei doeleinden werd gebruikt, van propaganda tot persoonlijke devotie, of puur vermaak (hoewel toch vaak met een moralistisch tintje). Boeken varieerden van eenvoudig teksten zonder enkele versiering  tot meesterlijke rijkelijk versierde werken die nog steeds verwondering oproepen. Het belangrijkste materiaal waaruit het grootste deel van deze boeken werd vervaardigd is perkament.
    Perkament maken is een oude en, zoals zal blijken in dit essay, vrij conservatieve traditie. De hierboven beschreven Middeleeuwse tekst geeft heel kort weer hoe het gedaan werd en wordt. Hier en daar wordt in Europa tegenwoordig nog steeds  perkament gemaakt, terwijl dit op andere plekken in de wereld nog op grotere schaal gebeurt. Zo zien we een van oorsprong Europese traditie die zich over de wereld heeft verspreid. Bij sommige makers is de kennis van generatie op generatie doorgegeven. Weer andere perkament makers hebben hun kunde gebaseerd op oude Middeleeuwse teksten.
    De bedoeling van dit essay is om uiteen te zetten wat perkament is en hoe het gemaakt werd en wordt. Daartoe wordt eerst uiteengezet hoe en waarom perkament ontstaan is. Daarna wordt verder ingegaan op specifieke kenmerken. Dan wordt uitgebreid verteld hoe perkament in de Middeleeuwen werd gemaakt. Tenslotte wordt er gekeken in welke mate er veranderingen zijn aangebracht in de methodes van het maken van perkament in de huidige tijd.

    Over was, papyrus en perkament
    De directe voorloper van het boek is het schrijfplankje, meer precies de wastafel. Deze werd veel gebruikt in de klassieke tijd. Een wastafel is een plankje met daarop was, waarin met een pen tekens gekerfd kunnen worden. Soms maakte men wel gebruik van meerdere wasplankjes. Had men hierin geschreven, dan vouwde men de plankjes op elkaar en kon men de teksten veilig meenemen. Hierin kan al de voorloper van onze huidige boekvorm herkend worden. Een dergelijk wastafeltje werd in de Latijnse taal caudex genoemd. Dit betekent zoveel als 'blok' en doelt op het tot een blok samenbinden van verschillende schrijfplankjes.  Hier is ons woord codex weer van afgeleid.
    Een andere veelvoorkomend materiaal om op te schrijven in de klassieke tijd was papyrus, gemaakt uit de stengels van de payrusplant, die in Egypte voorkomt. De in repen gesneden plantenstengels worden op elkaar gelegd en terwijl ze nog nat zijn samengedrukt, waarbij het plantensap als een soort bindmiddel functioneert. Deze vroege papiersoort werd vanuit Egypte geÔmporteerd in Griekenland en de Romeinse wereld. Papyrus werd voornamelijk in de vorm van een rol bewaard. Om de tekst te kunnen lezen, moest deze beetje bij beetje worden uitgerold.
    Een andere manier om teksten te bewaren en lezen ontstond in de late antieke tijd. Men vouwde hierbij kleinere stukken tekst in elkaar, en bond ze samen. Deze methode was afgeleid van het samenvouwen van wastafeltjes. Dit zijn de allereerste boeken, die net als de wastafeltjes ook wel codices (enkelvoud = codex) worden genoemd. Uiteindelijk hebben de codices het gewonnen van de boekrollen, omdat ze simpelweg praktischer zijn in gebruik. Codices konden worden gemaakt van papyrus, maar uiteindelijk werd perkament, steeds populairder.
    Perkament is, kort gezegd, de huid van een dier dat op een speciale manier bewerkt is om op te kunnen schrijven en verluchten. Het wordt voornamelijk gemaakt van de huid van schapen, geiten en kalveren. Hoe perkament precies werd en wordt gemaakt, wordt in de volgende paragrafen uitgebreid behandeld.
Een voorname reden dat perkament steeds populairder werd, is dat papyrus, omdat het uit Egypte moest komen, er voor zorgde dat Egypte een monopolie op dit materiaal kreeg. Dit monopolie is waarschijnlijk de aanleiding geweest voor het ontstaan van perkament. De eerste directe bronnen voor het maken van perkament stammen uit de eerste tot vierde eeuw n. C. Het woord 'perkament' duidt echter mogelijk op een nog oudere herkomst. De naam komt van de beroemde Klein-Aziatische stad Pergamon, waar het materiaal zou zijn uitgevonden. Volgens Plinius, die leefde in de eerste eeuw n. C., werd Pergamon in de tweede eeuw v. C.  bestuurd door koning Eumenes II. Vanwege een blokkade in de verkoop van papyrus, die mogelijk te maken had met het hierboven genoemde monopolie dan Egypte op papyrus had, zag deze koning zich genoodzaakt om een andere schrijfmateriaal te ontwikkelen. Dat was het allereerste perkament. Let op dat volgens dit idee perkament wel al een paar eeuwen eerder bestond dan de gangbare gedachte. Het zou natuurlijk best kunnen dat het gebruiken van perkament pas in de eerste eeuw n. C. ook aansloeg in andere gebieden en zich van daaruit verder verspreidde.
    Het christendom heeft voor een grote verspreiding gezorgd van het perkament in boekvorm. Papyrusrollen werden beschouwd als heidens en/of joods, wat een extra reden gaf om over te stappen op de codices van perkament. Boeken waren daarnaast makkelijker om mee te dragen en beter te bewaren. Belangrijke middeleeuwse personen, zoals Karel de Grote, hebben ervoor gezorgd dat het Woord van God werd verspreid in boekvorm, en daarmee is het boek een van onze belangrijkste communicatiemiddelen geworden.
    Ook het verluchten (illustreren, versieren) van boeken kon veel makkelijker gedaan worden op perkament, omdat dit veel sterker is dan papyrus en daarom de pigmenten beter kan dragen. Grote codices van perkament werden gemaakt voor tijdens kerkmissen of simpelweg om indruk te maken op mensen voor wie de geschreven taal, laat staan het hebben van boeken, een nog uitzonderlijk iets was. Het wereldberoemde Book of Kells, in de achtste eeuw vervaardigd op de Britse eilanden (waar precies is niet bekend), roept nog steeds verwondering op. We kunnen ons alleen maar afvragen met welke devotie zo'n meesterwerk twaalfhonderd jaar geleden gehanteerd werd. Een ding is zeker: als het niet van perkament was gemaakt, was de kans dat het zo goed geconserveerd aan ons kon worden overgeleverd stukken kleiner.
    Hierbij moet nog wel opgemerkt worden dat niet alle codices van perkament werden gemaakt. Tot in de achtste eeuw n. C. werden boeken nog veelvuldig van papyrus gemaakt. Uiteindelijk won de duurzaamheid van perkament het: papyrus kan minder vaak gehanteerd worden zonder slijtage te vertonen. Ook scheurt het makkelijker, vooral bij het vouwen en inbinden van katernen in codices. Perkament is praktisch niet te scheuren. En dan is perkament ook nog eens een stuk minder brandbaar. De reden dat papier (dit woord is natuurlijk afgeleid van 'papyrus') niet helemaal werd uitgebannen is het simpele feit dat het een stuk goedkoper is.
    Tot in de late Middeleeuwen was perkament het meest geliefde materiaal om boeken van te maken. De grotere steden hadden speciale werkplaatsen waar perkament werd gemaakt. Zo stonden er in Parijs in het einde van de dertiende eeuw in ieder geval negentien perkamentmakers bekend. Uit boekhoudwerken kan ook worden opgemaakt hoeveel er werd uitgegeven aan perkament. In Milaan was de verkoop zo commercieel geworden dat er zelfs drie standaardmaten te koop waren, en ook perkament dat al tot katernen was gevouwen. Zie de veertiende-eeuwse afbeelding (afbeelding 1) van een pelgrim die voorbij een winkel met schrijfwaren loopt, in de Villola-kroniek uit Bologna. Voor de winkel hangen verschillende materialen, zoals een liniaal, maar ook een trommel die waarschijnlijk gespannen is met perkament. Achter in de winkel zien we rollen en katernen van perkament liggen. De afgebeelde winkeliers, die druk bezig zijn met het voorbereiden van materiaal, zijn waarschijnlijk de verkopers van het materiaal waarvan de Villola-kroniek is gemaakt: Pietro en Floriano de Villola. Zelfs toen de boekdrukkunst werd uitgevonden, werden sommige boeken nog op perkament gedrukt.

Wat is perkament?
    Kort gezegd is perkament dierenhuid dat speciaal bewerkt is zodat er op kan worden geschreven en getekend. De dieren die voornamelijk gebruikt zijn voor het maken van perkament zijn schapen, geiten en kalveren. Andere dieren zijn, in mindere mate, ook gebruikt. Zo is er het beroemde Book of Deer, in de tiende eeuw vervaardigd in Noordoost-Schotland, dat zoals de naam al zegt gemaakt is van de huiden van herten. Waarschijnlijk werden voor belangrijke codices niet zomaar alle dode dieren gebruikt die voor handen waren, maar zocht men wel een bepaalde kwaliteit. De leefomstandigheden en het dieet van de gebruikte dieren speelden een rol. Men ziet dan ook dat ieder gebied de voorkeur heeft voor een bepaald dier: in Bologna, en eigenlijk in heel ItaliŽ, zijn vooral geitenhuiden gebruikt, terwijl Parijs en omgeving de voorkeur gaven aan schapen- en kalfshuid . Soms ging men zelfs over de grens om perkament te kopen. Zo werd het perkament van de bijbel van Bury St. Edmunds, die in 1135 in Engeland vervaardigd werd, uit Ierland gehaald ('in partibus Scottiae'). En perkament voor de bijbel van St. Isidoro in Lťon in Spanje (1162) moest uit Frankrijk komen.  Natuurlijk hebben we het wel over het beste van het beste. Bij meer eenvoudige boekwerken werd waarschijnlijk minder strikt gekeken naar de kwaliteit van het perkament.
    Het beste perkament, zo vinden velen, is vellum. Vellum is een soort perkament waar omheen een mythevorming is ontstaan. Tegenwoordig wordt het geprezen vanwege zijn dunheid en gladheid. De termen 'vellum' en 'perkament' zijn in principe gelijk, en kunnen in plaats van elkaar gebruikt worden.  Zo wordt in de Bodleian Library in Oxford steevast gezegd dat een codex van perkament is gemaakt als het om dat materiaal gaat. In de British Library in Londen heeft men het juist altijd over vellum.  Strikt gezien wordt vellum beschouwd als perkament dat gemaakt is van koeien- of (liefst) kalfshuid. Het woord 'vellum' is dan ook verwant aan het Engelse veal of het Franse veau, wat in het Nederlands 'kalf(svlees)' betekent. De voornaamste redenen dat het werd gebruikt is, omdat de huid van kalf groter is dan dat van een schaap of geit, en daarnaast ook een stuk rekbaarder en minder gehavend omdat het om een nog jong dier gaat. Het was dan ook uiterst geschikt om grotere boeken (bijvoorbeeld koorboeken) mee te maken, en hierom ook kostbaarder dan de meeste andere soorten perkament. Een zeer bijzonder vorm van vellum is abortivum, gemaakt van te vroeg geboren kalveren. Dit zou perkament opleveren dat uitzonderlijk dun en glad is. Het vellum van kleine Franse dertiende-eeuwse bijbels zou gemaakt zijn van deze huiden. Hoewel deze nogal gruwelijke theorie een eigen leven is gaan leiden, zijn hiervoor geen harde bewijzen en verschillende onderzoekers merken op dat dit zeer fijne perkament net zo goed van kleine dieren als konijnen afkomstig zou kunnen zijn. Dit is echter moeilijk te achterhalen omdat bij goed geprepareerd perkament moeilijk te achterhalen van welk dier het afkomstig is, als we hiervoor geen andere bronnen of aanwijzingen hebben.
    Omdat perkament van huid wordt gemaakt heeft het twee verschillende kanten. De binnenkant is de vleeszijde, de buitenkant is de haarzijde. De vleeszijde is licht en glad, terwijl de haarzijde geelachtig en ruw is. Echter, in een codex met goed bewerkt perkament is het verschil tussen beide zijden soms moeilijk waar te nemen. Toch kan een goede observator vaak nog het verschil zien. Vooral de haarzijde is snel te herkennen door een zeker ruwheid en door kleine gaatjes in de huid waar eens haar uit groeide. Afbeelding 2 laat een voorbeeld zien van de haarzijde van een stuk perkament. De haarzijde van perkament is minder elastisch dan de vleeszijde en daarom wil perkament nog wel eens oprollen met de haarzijde naar de binnenkant.
    Perkament is een zeer sterk en duurzaam materiaal, zelfs sterker en houdbaarder dan leer. Er zijn codices bekend van ruim vijftienhonderd jaar oud, die voor een groot gedeelte nog prima te lezen zijn. Zie bijvoorbeeld de pagina uit het Vergilius Vaticanus (afbeelding 3), een codex dat is vervaardigd in de vroege vijfde eeuw n. C.

Middeleeuwse methodes van perkament maken
    De handel in perkament was bloeiende in de Middeleeuwen. Het maken van perkament was vanaf de late Middeleeuwen zelfs een speciaal ambacht dat men moest leren. Dit werk werd gedaan door de percamenarius, of perkamentmaker. Iemand die een boek kopieerde of verluchtte (ook dat werd overigens over het algemeen door twee verschillende personen gedaan) maakte het perkament dus niet zelf, en wist misschien zelfs niet eens hoe dat proces in zijn werk ging. Gelukkig zijn er aan ons verschillende oude teksten overgeleverd die uitleggen hoe perkament gemaakt dient te worden.
    Allereerst moest men natuurlijk zorgen dat de beste huiden werden uitgezocht, dat wil zeggen de huiden die zo gaaf mogelijk waren. Dit gebeurde meestal in het abattoir, of slachthuis. Zoals al gezegd, werd het meeste perkament gemaakt van de huid van schapen, geiten en kalveren. Hierbij moest waarschijnlijk ook worden gelet op de kleur van het haar of wol van de dieren. Huiden met licht haar konden uiteindelijk tot lichter perkament worden gemaakt dan de huiden met donker haar, wat mogelijk tot donkerder perkament kon leiden. De huiden moesten zo snel mogelijk na de dood van de dieren van hun lichamen gestroopt worden, zodat ze nog vers waren. Gebeurde dit niet op tijd, dan kon het perkament uiteindelijk nogal vlekkerig worden.
    Nadat de huid was losgemaakt werd het haar verwijderd. De huiden werden gewassen in koud stromend water om ze schoon te maken. Vervolgens gingen ze, afhankelijk van de plaats en het weer, drie tot tien dagen in een bad van kalk en water om de haren los te maken. In dit bad werden de huiden goed geweekt en af en toe roerde men er met een houten staaf doorheen. Na dit bad kon het haar, of het wol, vrij gemakkelijk worden uitgetrokken of weg gewreven. Het kalkbad was ook goed om vet en olie weg te wassen. Als de huid erg vettig was, werd er een pap gemaakt van as, kalk en water, en deze werd op de natte huid gesmeerd om het vet nog beter weg te krijgen.
    Hierna werden de huiden nogmaals goed gewassen in water. Vervolgens werden ze aan een raamwerk gespannen om te drogen. Dit gebeurde over het algemeen op de volgende manier: op verschillende punten aan de randen van de huid werden er stenen of kiezels in de huid geduwd. Hieromheen werden de huidflappen vastgedraaid met touw. Dit touw werd weer om een schroef op het raamwerk heen gedraaid. Als de huid aan alle kanten op een gelijke manier was vastgezet, werden de schroeven geleidelijk aan steeds strakker  aangedraaid, zodat de huid opgerekt werd. Perkament krimpt tijdens het drogen, en als het simpelweg zou worden vastgespijkerd aan het raamwerk, zou het scheuren. Daarnaast wordt het raamwerk steeds meer gebruikt, en als er steeds opnieuw spijkers in zouden worden geslagen, ging het natuurlijk erg snel kapot. Wanneer het perkament goed gedroogd is, zou het net zo strak moeten staan als de huid van een trommel.

    Opvallend is dat Thompson in zijn boek The Materials en Techniques of Medieval Painting zegt dat het raamwerk waaraan de huid wordt gespannen hoepelvormig  ('hoops') was.  De allereerste Middeleeuwse afbeelding van een dergelijk raamwerk dat ik tegenkwam is echter rechthoekig. Het gaat om afbeelding 4, die rond 1225 in Hamburg is vervaardigd. Op de afbeelding zien we hoe een heilige  perkament bekijkt bij een maker/verkoper. Het raamwerk tussen de mannen in is overduidelijk rechthoekig. Waarschijnlijk is het afhankelijk van de bron welke vorm het raamwerk heeft. Ook De Hamel heeft het over de mogelijkheid van een hoepelvormig raamwerk, de circulus, hoewel hij daarnaast ook de mogelijkheid van een (min of meer) rechthoekig raamwerk noemt.  Helaas noemen beide schrijvers hun bronnen niet, maar we kunnen er wel vanuit gaan dat de vorm van het raamwerk van werkplaats tot werkplaats kon verschillen.
    Al verschillende keren is naar voren gekomen dat er per gebied kleine verschillen waren in het maakproces. Een Latijnse tekst uit het Duitsland van de dertiende eeuw  vertelt over de perkamentmakers in Bologna, die in hun tijd schijnbaar beroemd waren in heel Europa.  Hun perkament was zo goed, omdat ze het twee keer in een kalkbad deden, een keer voor en een keer na het uittrekken van de haren. Daarna lieten ze het twee dagen in een bad met helder water weken, om het vervolgens te drogen. In een vijftiende-eeuwse Engelse tekst  staat hoe huiden ook wel bewerkt werden met aluin (een dubbelzout van sulfaten). Dit had mogelijk als effect dat het perkament harder en meer leerachtig werd.

    Terwijl de natte huiden aan het drogen waren, werden ze geschraapt, zodat ze mooi glad en dun werden en een gelijkmatige dikte kregen. Dit was een uiterst precies karwei, omdat het mes scherp genoeg moest zijn om de laatste kleine haartjes en uitstulpingen weg te schrapen, maar niet meteen door het zeer dunne en kostbare perkament heen mocht gaan. Door de eeuwen heen schijnt men hier steeds beter in te zijn geworden - over het algemeen is het perkament van de oudste manuscripten dikker dan van manuscripten die later zijn gemaakt. Voor het schrapen is een maansikkelvormig mes het meest geschikt, omdat er geen hoeken aan zitten. Paulus van Praag noemt dit mes in een vijftiende-eeuwse lijst van gereedschappen een lunellarium.  Dit woord is afgeleid van het Latijnse woord voor maan, luna. Afbeelding 5, een dertiende eeuws handschrift uit Bamberg met daarin een verluchting over het vervaardigingproces van een codex , laat een dergelijk mes zien in het tweede medaillon van linksonder.
    Na het schrapen liet men de huid aan het raamwerk zitten tot het bijna droog was. Dan werd er over de vleeszijde van de huid (de 'binnenkant', waar geen haar heeft gezeten) gewreven met puimsteen tot deze perfect glad was. Daarna werd het nog enkele malen natgemaakt en ingewreven met puimsteen. Uiteindelijk werd het nog een keer strak gespannen, waarna het geheel kon drogen.

    Als het perkament geheel was gedroogd kon het van het raamwerk worden verwijderd. Het werd dan in stukken gesneden om er zo een codex van te kunnen maken. Soms was zelfs dan nog de oppervlakte een beetje te vettig of the absorberend om goed op te kunnen werken, en ging men er nogmaals met puimsteen overheen. Een voorbeeld van dit proces is hier te zien in een initiaal van het al eerder genoemde dertiende-eeuwse handschrift uit Hamburg (afbeelding 6). Andere materialen die in plaats van puimsteen konden worden gebruikt waren krijt, hars of vioolhars. De Engelsen hadden daarnaast nog hun eigen methode. Ze maakten een papje van glaspoeder, meel en gist en bakten dit tot een soort brood. Met zo'n stuk werd dan over het perkament gewreven om het juiste resultaat te bereiken.
Soms was er nog een allerlaatste stap in het voorbereiden van het perkament voor het naar de schrijver of verluchter ging. Soms vroeg men om een speciaal soort perkament waarvoor nog een extra bewerking nodig was. Het gaat hier om de zeldzame codices waarvan het perkament purper gekleurd is met pigment dat afkomstig is van de klier van de purperslak Soms werd het perkament groen gekleurd met verdigris. Niet alleen gaf dit extra status vanwege de kostbaarheid van deze pigmenten (vooral het purper, dat niet voor niets wordt gezien als de koninklijke kleur bij uitstek), maar komt het gebruik van veel kleuren, en met name goud, extra tot zijn recht op een gekleurde ondergrond. Zie afbeelding 7 voor een pagina uit het prachtige Codex Purpureus Rossanensis (Mediterraans, 6e eeuw) voor een voorbeeld.

    De kostbaarheid van perkament is al enkele keren genoemd. Dieren waren duur en vooral in goed vee kon flink worden geÔnvesteerd. Deze kostbaarheid blijkt wel uit het kostenplaatje voor het Litlyngton Missal voor Westminster Abbey in 1383-4. Na het gebruik van goud voor de verluchting werd het meeste geld uitgegeven aan het perkament.  Tel daarbij nog op dat er soms heel wat dierenhuiden werden verwerkt in een codex. Jakobi-Mirwald rekent uit dat voor een relatief groot codex van A3-formaat met 300 bladen (600 bladzijden) zo'n 75 kalven nodig zijn. Dat is een kalf per vier A3-bladen .
    Hoe jonger een dier, en hoe beter het verzorgd was, hoe flexibeler de huid en hoe minder oneffenheden zoals littekens of beten. Dit alles droeg bij aan de schoonheid van het materiaal. Echter, tijdens het werk kon het perkament alsnog beschadigd zijn. Niet zelden kwam het voor dat tijdens het schrapen het mes niet in de juiste hoek werd gehouden, of er te hard werd gedrukt op het perkament, zodat het mes er doorheen ging. Ook dit perkament was soms te kostbaar om weggegooid te worden, en werd dus meegebonden in de codices. Allereerst probeerde men de gaten dicht te naaien met naald en draad, wat te zien is op  afbeelding 8. Dit lukte niet altijd, en het kon dan gebeuren dat het perkament toch weer openscheurde. Zo komen we dus regelmatig pagina's tegen waar een gat in zit, zoals het geval is bij het manuscript afbeelding 9, een missaal dat in de tweede helft van de twaalfde eeuw werd vervaardigd in Nederland of Duitsland. Zoals hier te zien werd duidelijk aangegeven dat er een gat in het perkament zit door er een rand omheen te tekenen. Dit ter vergemakkelijking van het schrijven en lezen. Ook oneffenheden in de huid en gekartelde randen zien we regelmatig terug, om de simpele reden dat men het zich niet altijd kon veroorloven om een paar nieuwe huiden aan te schaffen.

    Vandaar ook het gebruik van het uit elkaar halen van oude manuscripten en deze opnieuw bewerken en schrapen zodat er een andere tekst of afbeelding overheen kon worden gezet. Deze herbeschreven codices  noemen we codices rescripti. Op de afbeelding van de Villola-kroniek op pagina 3 zijn de winkeliers juist bezig met het afschrapen van een oude tekst. Tegenwoordig worden er steeds meer technieken gebruikt om door materialen heen te kijken en sinds enkele jaren is men ook volop bezig om te achterhalen wat voor oude teksten er onder de nieuwere teksten staan. Het is ook een interessante manier om te achterhalen wat voor ondertekeningen zijn gebruikt bij verluchtingen.
    Het zou erg leuk en interessant zijn om nog verder uit te wijden over de voorbereidingen van schrijver en verluchter op perkament, en op de reactie van perkament met verschillende materialen en pigmenten, maar helaas is daarvoor niet genoeg plek.

Moderne methodes van perkament maken
    Laten we in plaats daarvan verder gaan met het maken van perkament in latere periode, en dan met name de huidige tijd. Zoals ik aan het begin van dit essay al vertelde, is het maken van perkament een vrij conservatieve traditie. Toch zijn er veranderingen waar te nemen, die vooral terug te vinden zijn in de details. Daarom ga ik niet opnieuw het hele maakproces van perkament beschrijven, maar houdt ik het in deze paragraaf bij de punten waarop moderne methodes verschillen van de oude methodes.
    In de Middeleeuwen ging men af op de natuurlijke kleur van de huid. Nu geldt in principe dat hoe witter het perkament is, hoe beter men de kwaliteit vindt. Tegenwoordig gebruikt men wel eens waterstofperoxide op de huid om deze nog witter te kunnen maken. De huid wordt dan feitelijk gebleekt. Zo kunnen ook haarpigmentvlekken worden weggewerkt.
    Waar het vroeger wel een week kon duren om met behulp van een kalkbad alle haren van de huid te weken, duurt dit tegenwoordig veel korter. Soms is het zelfs een kwestie van uren. Dit is te danken aan de toevoeging van sulfiet. De haren worden hierbij ook in een draaiend vat losgeweekt, wat het proces nog meer versnelt. Vooral het koosjere perkament uit IsraŽl schijnt zo gemaakt te worden. 
    In BraziliŽ bereidt men volgens De Groot  het perkament, alvorens het aan het raamwerk te doen, op de volgende manier: in het eerste spoelwater, om de huid schoon te maken, gaat een antibacterieel middel. Daarna volgen er vier baden: het eerste bad is een kalkbad, met toegevoegde sodium sulfide. Daarna gaat de huid in een bad met ammonium sulfide en enzymen (zitten in onder andere mest ). Dan volgt een bad met formaldehyde, dat een pigmentvernietiger is, en peroxide om de huid witter te maken. Tenslotte gaat de huid in een bad met titanium dioxide om de huid nog witter te maken.
    De manier waarop een huid aan een raamwerk te drogen werd gehouden wordt op veel plekken nog precies zo toegepast, vooral door de mensen die geÔnteresseerd zijn in het doen herleven van de Middeleeuwen, men zou kunnen zeggen een soort re-enactment, zoals te zien op een foto uit 1991, genomen bij het bedrijf van Manfred Wildbrett in Bobingen in Duitsland (afbeelding 10).

    Er zijn echter ook werkplaatsen waar een andere methode wordt toegepast om de huiden te drogen, die wat wegheeft van de methode die in leerlooierijen gebruikt wordt. Hierbij wordt de huid gespannen op een metalen plaat die met vele gaatjes geperforeerd is. Deze wordt vervolgens in een droogkamer gestopt. Deze methode is een stuk minder arbeidsintensief, omdat de spanning van de huid niet steeds opnieuw hoeft worden bijgesteld door het aandraaien van de schroeven, zoals op het traditionele raamwerk het geval is.
    Hoewel het in de Middeleeuwen echt nodig was om de huiden te schrapen tot ze mooi even en glad waren, is dit bij huidige methoden in mindere mate het geval. De huiden blijven aan het frame zitten en worden aldaar geschraapt waar dat nodig is. Het grootste gedeelte van dit schrapen is echter al gedaan in fabrieken waar de natte huiden tot een vrij gelijkmatige dikte zijn gekomen door ze langs een groot mes te bewegen. Voor het overige schraapwerk dat nog verricht moet worden als de huid aan het raamwerk hangt, wordt meestal net als in de Middeleeuwen een mes gebruikt in de vorm van een maansikkel, zoals de zien op afbeelding 11, ook afkomstig van Wildbretts bedrijf. Dit mes moet een speciale rand hebben, zoals ook te zien is bij messen die leerbewerkers gebruiken.

     Een laatste verschil met de bekende Middeleeuwse methodes is dat er tegenwoordig ook wel persen worden gebruikt. Deze worden in de laatste fase van het maken van perkament gebruikt. Het gedroogde en geschraapte perkament wordt onder de pers geplaatst, die een bescheiden hitte bereikt van 40 tot 50 graden. Op deze manier wordt het papier nog gladder.
   
    Ik ben er vrij zeker van dat er nog meer  moderne aanpassingen zijn geweest, maar zoals de heer De Groot als tegen me zei in een van zijn e-mails, de afzonderlijke perkamentmakers geven hun geheimen niet zomaar prijs, met het oog op de concurrentie. In dat opzicht is er qua commercieel inzicht niet veel veranderd.


Bronnen

-    E-mailwisseling met Z.H. de Groot, november 2009.

-    Alexander, Jonathan J.G. Medieval Illuminators and Their Methods of Work. New Haven en Londen: Yale University Press. 1992.
-    Eberlein, Johann Konrad. Miniatur und Arbeit. Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag. 1995.
-    Hamel, Christopher de. Medieval Craftsmen. Scribes and Illuminators. Londen: British Museum Press. 1992.
-    Jakobi-Mirwald, Christine. Das Mittelalterliche Buch. Funktion und Ausstattung. Stuttgart: Philipp Reclam jun. 2004.
-    Leeflang, Micha en Kees van Schooten (Red.) Beeldschone Boeken. De Middeleeuwen in Goud en Inkt. Zwolle: Waanders Uitgevers / Utrecht: Museum Catharijneconvent. 2009.
-    Morgan, Margaret (Vert. Cecile Biekmann en Renske Schuilenga). GeÔllumineerde Letters. Een geÔllustreerd handboek voor het kalligraferen van verluchte letters. Kerkdriel: Librero. 2006.
-    Stammberger, Ralf M. Scriptor und Scriptorum. Das Buch im Spiegel mittelalterlicher Handschriften. Graz: Akademische DrŁck- u. Verlagsanstalt. 2003.
-    Thompson, Daniel V. The Materials and Techniques of Medieval Painting. New York: Dover Publications, Inc. 1956.
-    Trost, Vera. Skriptorium. Die Buchherstellung im  Mittelalter. Stuttgart: Belser Verlag. 1991.

-    British Library. 'The Vellum'. Op: Gutenberg Bible. Making the Bible. www.bl.uk/treasures/gutenberg/homepage.html
-    Cox, Brian. 'Purple Parchment'. Op: Biblaridion. Geschreven op 13-06-2005. biblaridion.blogspot.com/2005/06/purple-parchment.html
-    Groot, Z.H. de. Inden witten Hasewint. 'Voor perkament gemaakt volgens middeleeuwse receptuur'. Laatst gewijzigd op 22-10-2008.  www.dedas.com/parchment/index.html
-    Johnsin, Eric J. 'Scarring, tears, veins and hairs: the imperfections of medieval parchment.' Op: Rare Books and Manuscripts Library. Geschreven op 01-12-2008. library.osu.edu/blogs/rarebooks/

Home

Over Illumia

Artwork

Cursussen

Artikelen

Links


Open Galerie Helmond
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
ILLUMIA
kunst &
geschiedenis