Inleiding
    Als we denken aan kerkelijke kunst, denken we aan beelden van heiligen en fresco's met scènes uit de Bijbel. Er zijn echter ook andere afbeeldingen te vinden die niets met het christendom van doen lijken te hebben. Zij zijn vaak te vinden in minder zichtbare plekken in de kerk, of in marges van manuscripten. Als je hier zoekt zul je dieren en monsters vinden, maar ook mensen die zich met liederlijkheden en obsceniteiten bezighouden. Een dergelijk figuur dat hier aan de ene kant deel van lijkt uit te maken, maar aan de andere kant ook een beetje apart staat, is de Sheela-na-gig. Zij werd ongeveer honderdzestig jaar geleden herontdekt.
    De reden dat het beeldje pas in de negentiende eeuw opgemerkt werd, heeft waarschijnlijk te maken met de in die tijd opkomende wetenschap en de hernieuwde interesse in de Middeleeuwen. Men keek echter te veel door een negentiende eeuwse bril naar de Sheela. In het Victoriaanse tijdperk was men nogal geïntrigeerd en geshockt door de afbeeldingen. Wat moet een naakte vrouw nu in een kerk? Een kerk is een bijeenkomst voor christenen en het huis van God, en daar is geen plaats voor een dergelijke seksuele afbeelding, zo dacht men. Wij weten inmiddels dat deze redenering niet klopt, maar daarover later meer.
Ook in de twintigste eeuw raakte men niet over de Sheela (zoals ze vaak genoemd wordt) uitgesproken, en werden er meer theorieën bedacht. De voornaamste verschuiving is te zien in de theorie dat de Sheela-na-gig een heidense achtergrond heeft. Maar dit is één theorie van de meerdere, die ook nog felle tegenstanders heeft.
    Het is het beste om ons een vast beeld te vormen van de Sheela-na-gig voordat we verder gaan. De Sheela, zoals ze vanaf nu aangeduid zal worden, is een vrouwfiguurtje dat haar vulva tentoonstelt aan iedereen die het wil zien. Dit doet ze meestal in hurkende positie, en door met haar handen haar vulva aan te duiden of open te trekken. Opvallend is ook vaak het overdreven grote hoofd, evenals de vulva die buitenproportionele grootte heeft. Daarnaast is de Sheela bijna altijd kaal en lijkt ze vaak opzettelijk lelijk gemaakt te zijn. Vaak wordt ze omschreven als een oude vrouw. Het beeldje waar de naam Sheela van afgeleid zou zijn, werd gevonden in Rochestown en is hieronder te zien. De afbeelding is gemaakt door Thomas Wright,  voor John Windele's Antiquarian Gleanings  in de jaren veertig van de negentiende eeuw.

    Op deze omschrijving wordt dieper ingegaan in hoofdstuk twee, maar voorlopig zal bovenstaande voldoende zijn.
De Sheela komt het meest voor in Ierland. Haar naam is een verbastering van een Ierse naam; ook hier wordt later op ingegaan. Naast Ierland zijn er in Engeland verschillende Sheela's te vinden, en op het noordelijke vasteland zijn er ook enkele gevonden: voornamelijk Frankrijk en Spanje. Hoe deze verspreiding van de Sheela's tot stand is gekomen is nog niet helemaal duidelijk. Er zijn twee grote theorieën. De eerste gaat uit van in richting van het vasteland naar de Britse eilanden. Dit heeft voornamelijk te maken met pelgrimsroutes en oosterse invloeden. De tweede theorie gaat uit van een verspreiding vanuit Ierland. Dit heeft voornamelijk te maken met Keltische en heidense invloeden, maar ook met pelgrimages. Ook dit zal later verder uitgelegd worden.   
In deze introductie zijn al een paar vraagstellingen aan bod gekomen. Hier volgt een korte uiteenzetting van waar in de scriptie op in gegaan wordt:
1: In welke gebieden is de Sheela gevonden? In wat voor gebouwen is de Sheela gevonden, en in welke context? Hoe is de verspreiding van de Sheela tot stand gekomen?
2: Hoe kan de Sheela het best getypeerd worden (een verdere omschrijving)? Wat betekent haar naam?
3: Welke betekenissen zijn er aan de Sheela toegekend?
Hierop volgt de uiteindelijke conclusie.
Ten slotte wil ik duidelijk maken dat deze scriptie is geschreven in het kader van het vak 'Emotie en Gebaren'. Hierop zal, met namen in hoofdstuk twee, de nadruk komen te liggen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de lezer niet alleen leert over de Sheela-na-Gig, maar ook begrijpt dat de Middeleeuwse kunst veel emotioneler en expressiever is dan vaak gedacht wordt.  

1: De vindplaatsen van de Sheela
    Er zijn circa  150 exemplaren van de Sheela gevonden , enkele ervan op het vasteland, maar het grote merendeel op de Britse eilanden, met name Ierland. De meeste van deze beelden bevinden zich in en op kerken. Er zijn er ook die zich op andere plekken bevinden, zoals kastelen.
    Wat plaatsing en datering moeilijk maakt, is dat er in de negentiende eeuw, toen de Sheela 'ontdekt' werd, niet erg voorzichtig met haar werd omgesprongen. Ze werd vernield of verstopt . Andere Sheela's zijn meegenomen door verzamelaars, en van veel Sheela's is bekend dat ze waarschijnlijk van een andere plek komen dan waar ze nu te vinden zijn. Dit geldt ook voor een aantal kerken, hoewel veel Sheela's in Romaanse kerken van ca. 1140-1180 te vinden zijn. Hier moet rekening mee worden gehouden als we kijken naar de plekken waar de Sheela nu terug te vinden is.
    Ook is het handig een onderscheid te maken tussen continentale Sheela's en insulaire Sheela's in verband met de verspreiding. Laten we eerst ons oog richten op de continentale Sheela's.
Dit zijn er verrassend weinig. Natuurlijk kunnen we het begrip 'Sheela' uitbreiden en er voor het gemak alleen 'vrouwelijke figuren die hun geslachtsdelen tentoonstellen' mee bedoelen. Als we dit doen, dan komen we uit bij de groep figuren die in de inleiding werden omschreven als 'mensen die zich met liederlijkheden en obsceniteiten bezighouden', en die door enkele wetenschappers in context worden geplaatst met de Sheela. Hiervan zijn er talrijke te vinden, in vele soorten en maten.
De acrobaten zijn een goed voorbeeld om mee te beginnen. Hun leefstijl werd door de kerk allerminst op prijs gesteld. Een leven vol muziek, dans, seks en drank stond in schril contrast met het vrome, sombere leven dat door de kerk werd uitgedragen. Een leven waarin alleen aandacht besteed werd aan aardse pleziertjes leidde slechts af van gedachten aan het hiernamaals. Aan afbeelding 1, uit La-Chaize-le-Vicomte, is goed te zien hoe men over dergelijke lieden dacht. Links zien we een muzikant, in het midden een acrobaat, en rechts twee mensen (twee mannen?) die de liefde bedrijven. Alle vier hebben ze een rond, nietszeggend hoofd met holle ogen. De meest rechtse figuur, die de ander van achter lijkt te nemen, steekt als een idioot zijn tong uit. De acrobaat laat met een brede grijns zijn achterste aan ons zien.

    Een andere groep is de exhibitionisten. Zij staan soms vrij dicht bij de acrobaten, maar hebben waarschijnlijk een meer tweeledige functie. Aan de ene kant wordt hun functie als didactisch omschreven; ze werken moraliserend en verwijzen naar het zinnelijke en zondige bestaan op aarde. Daarnaast zouden ze ook een kwaadafwerende of grensbakenende functie hebben, wat waarschijnlijk weer met heidense wortels te maken heeft. Hier wordt later nog uitgebreid op ingegaan.
Afbeeldingen 2,3 en 4, uit de kerk van Montoire zijn voorbeelden van deze exhibitionisten. De eerste is een man met een snor en uitpuilende ogen die zijn tong uit steekt. Dit wordt in onze tijd als een beledigend gebaar, of het gebaar van een dwaas beschouwd, en in de Middeleeuwen was dit niet anders . De mond was, net als de anus een gat in het lichaam waar alles in en uit kon, en daarom was het uitsteken van de tong een betekenis teken van onze menselijkheid en het lagere bestaan op aarde. Op de middelste afbeelding kijkt een mannetje gebukt tussen zijn benen door, waardoor hij zijn achterste laat zien. Ook dit heeft weer dezelfde beledigende uitwerking. Het figuurtje rechts doet hetzelfde, maar dan terwijl hij zijn benen omhoog trekt en zo de nadruk meer op de geslachtorganen komt te liggen. Dit komt al dichter bij de typering van de Sheela, maar andere kenmerken ontbreken.

    Twee andere voorbeelden zien we in Moussages. Op afbeelding 5 zien we weer een figuur die zijn achterste toont, waarbij anus en testikels duidelijk aangegeven zijn. Het hoofd, dat opvallend veel weg heeft van een aap (een verwijzing naar het dierlijke instinct), buigt zich zo tussen de benen door dat het met zijn mond zijn eigen geslachtsdelen raakt. Deze afbeelding bevat bijna alles wat uitdrukking kan geven aan het groteske gevoel van seksualiteit dat de maker van dit beeld gehad moet hebben. Afbeelding 6 is die van een man die aan zijn baard trekt. Dit zou een beledigend gebaar kunnen zijn, maar ook een gebaar van wanhoop, van een verdoemde die zich de haren uitrukt. Dergelijke afbeeldingen zijn ook terug te vinden in latere kunstwerken over verdoemden die naar de hel gestuurd worden.

    Dit wanhoopsgebaar van het trekken aan de haren, komt ook vaak voor bij Luxuria, de personificatie van Lust, de ook bekend staat als La Femme au Serpents. Luxuria is een naakte vrouw, vaak mooi om te zien, maar met een van afgrijzen vervuld gezicht, omdat slangen in haar borsten en kruis bijten. Hiermee wordt verwezen naar Eva, de ultieme verleidster. Luxuria werd samen met Avaritia (gierigheid) door de kerk beschouwd als de ergste van de Zeven Hoofdzonden. Hiernaast twee afbeeldingen van Luxuria: afbeelding 7 is te vinden in Saint-Jouin-de Marne, afbeelding 8 in Vézelay. Tussen deze twee is trouwens ook een mooi verschil in emotie te zien. De Luxuria staat rechtop, kijkt ons met een zelfverzekerde grijns aan en lijkt niet veel moeite te doen om de slangen van zich af te trekken. De Luxuria in Vézelay is veel heftiger. Haar lichaam kronkelt net als dat van de slangen. Ze went haar hoofd af en haar gezicht is vertrokken in een schreeuw. Het meest opvallende is hoe ze aan haar eigen borsten trekt, alsof ze ze van zich af wil trekken, een gebaar van wanhoop, maar mogelijk ook een uiting van vrouwenhaat van de maker.

    Echter, hoewel de Luxuria net als de Sheela een naakte vrouw is, zijn er verder weinig overeenkomsten aan te wijzen. Zijn er op het vasteland dan nergens Sheela-na-Gigs te vinden? Toch wel, maar je moet goed zoeken om ze te vinden. In Foussais bijvoorbeeld (afbeelding 9), is in de boog van de ingangspoort dit Sheela-achtige figuurtje te vinden. Ze heeft de houding van een Sheela, hetzelfde kale hoofd met grote ogen en is bij een ingang te vinden, iets wat in Ierland vaak voorkomt.

    Een helaas nogal onduidelijke, maar toch vrij overtuigende afbeelding is te vinden in Loctudy (afbeelding 10). We zien twee gehurkte figuurtjes, links een man, rechts een vrouw. Eenvoudig als ze zijn weergegeven is het duidelijk genoeg waar het hierom gaat: de man heeft een erectie, en de vrouw, die met haar handen naar haar hoofd grijpt (een gebaar dat ook door sommige Sheela's wordt gemaakt), heeft een snee op de plek van haar vagina. Dit is echter de enige Sheela figuur die een zelfde soort mannelijke partner heeft.

    Op de Britse eilanden komt de Sheela veel vaker, en op veel overtuigende wijze, voor. Ook hier vinden we haar vooral in kerken, maar er zijn enkele opvallende verschillen. Zo staat de Sheela in Ierland en Engeland bijna altijd alleen afgebeeld, ogenschijnlijk los van elke andere afbeelding. Daarnaast komen de exhibitionisten en andere groepen op de meest onverwachte plekken in kerken voor, terwijl de Sheela een min of meer vaste plek lijkt te hebben. Ze wordt regelmatig bij ingangen, niet alleen poorten, maar ook ramen, afgebeeld. Een voorbeeld hiervan is de oude eetzaal voor nonnen op Iona, waar een beeltenis van haar boven een raam is te vinden (afbeelding 11). De afbeelding is nogal vergaan, maar de contouren van een hurkende vrouw zijn nog duidelijk te zien. Op deze foto is ook goed zichtbaar hoe de steen geen onderdeel van het gebouw zelf lijkt te zijn, maar er waarschijnlijk in geplaatst is.

    Een voorbeeld van een Sheela bij een poort is te vinden in Binstead, Ierland. Ze bevindt boven een ingang die leidt naar de plaatselijke kerk (afbeelding 12). Ook deze Sheela is in slechte conditie, maar zelfs van een afstand is duidelijk waar het om gaat. We zien een figuur met een kaal hoofd en grote oren in een gehurkte positie. Pas als we de indicatie van de armen volgen zien we aan de inkeping tussen de benen dat het om een vrouw gaat. Dit klinkt als een doorsnee Sheela, maar wat opvallend is, is dat ze op een dier lijkt te zitten. De betekenis hiervan is onbekend, maar waarschijnlijk wijst dit op een heidense oorsprong.

    Wat ook opvalt, is hoe hoog veel van deze Sheela's zijn geplaatst. De Sheela van Binstead is al een voorbeeld, maar ook bij de Sheela van Buckland (afbeelding 13) is dit goed te zien. Ze is meters boven de grond geplaatst, rechtsboven de ingang, alsof ze op de uitkijk staat. Ook deze Sheela verkeert in slechte staat, maar toch zijn de belangrijkste kenmerken er uit te halen. We zien een kaal grijnzend hoofd, en armen die naar een wanstaltig grote vulva, in de vorm van een ronde holte, wijzen. Door sommigen wordt geopperd dat de holte misschien uitgewreven is door bijgelovigen , maar dit is niet helemaal zeker. Natuurlijk zou de hoogte van de Sheela dat tegen moeten spreken, maar in dit gebouw is het duidelijk dat de Sheela er apart is in geplaatst. Ze is van een andere steensoort gemaakt dan de rest van de muur en ziet er veel ouder en meer vergaan uit dan de rest van het gebouw.

    Een ander fenomeen dat alleen op de eilanden voor komt is de Sheela in de vorm van een hoeksteen, waarbij ze niet zelden op haar kant geplaatst is. De Sheela als hoeksteen is net als bovenstaande Sheela's vaak hoog in het gebouw te vinden. Waarom ze daarbij soms ook nog gekanteld is, is niet duidelijk. Een mogelijke verklaring wordt gegeven door Karkov, die aangeeft dat het kantelen van een figuur in de Middeleeuwen wijst op het verslaan of afzwakken ervan. Als voorbeeld wordt Kiltinane (Ierland) genomen (afbeelding 14). We zien een reliëf van een typische Sheela, alleen dan op haar zijde. Als we haar goed bekijken, zien we dat ze niet gemaakt lijkt om op haar kant afgebeeld te zijn. Ze heeft dezelfde hurkende positie als veel van haar soortgenoten en ook haar armen ondersteunen haar niet. De enige conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat deze gekantelde Sheela's niet bedoeld waren om op hun zijde afgebeeld te worden, maar wel zo ingemetseld (?) zijn. Dit sluit misschien ook aan bij Karkovs interpretatie, zeker als de Sheela een heidense oorsprong of interpretatie heeft.

    Sheela's zijn ook op andere plekken in Ierland en Engeland gevonden. Met name op kastelen zijn er opvallend veel te vinden. Deze Sheela's lijken vaak van latere origine te zijn. Dit wordt opgemaakt uit de manier waarop ze zijn weergegeven, een manier die vaak gestileerder is, alsof het een algemeen bekend symbool is. De Sheela van Clenagh in Ierland (afbeelding 15) is hier een goed voorbeeld van. Alles wat nog aangegeven is, bestaat uit een paar lijnen die hoofd, armen en benen voorstellen. De handen gaan nog wel in de richting van een snee die de vulva voorstelt.

    Hoe is de verspreiding van de Sheela tot stand gekomen? In de inleiding zijn de twee belangrijkste theorieën al aangehaald, en hier wordt nu verder op ingegaan, beginnende met de theorie dat ze van het vasteland komen.
    Deze theorie gaat ervan uit dat de Sheela soortgenoten heeft in andere gebieden, zoals het Midden-Oosten en Griekenland. Een voorbeeld hiervan is het zogenaamde Baubo-beeldje (afbeelding 16), wat een Grieks vruchtbaarheidsamulet zou zijn. Inderdaad neemt ze dezelfde houding aan als de Sheela, in hurkende positie, maar daar houden de vergelijkingen wel op. Baubo is rond, met een dikke buik en volle borsten, en ze lijkt een hoofdtooi en misschien ook een gewaad te dragen. Dit in tegenstelling tot de naakte, kale, vaak uitgemergelde Sheela. Er zijn ook nog voorbeelden van beelden die hurken of hun vagina laten zien als we verder naar het oosten gaan, maar deze beelden zijn vaak veel later gemaakt. Het bewijs dat de Sheela van het vaste land komt is ook niet overtuigend als we aannemen dat ze zou zijn ontstaan in de Romaanse kerk op het vasteland, simpelweg omdat daar, zoals ik al heb laten zien, maar weinig echte Sheela's te vinden zijn. Het is bekend dat veel motieven zich via pelgrimsroutes verspreid hebben, maar of dit ook voor de Sheela geldt lijkt nogal onwaarschijnlijk.

    Als dit al het geval is, dan is het waarschijnlijker dat de Sheela van de Britse eilanden werd meegenomen. Iets wat hier zeker op wijst is het feit dat er, met name in Ierland, veel meer, en ook veel betere en meer indrukwekkende Sheela's te vinden zijn. Er gingen ook pelgrimsroutes over de eilanden, en men zou de Sheela als krachtig moraliserend motief kunnen hebben mee genomen, en vervolgens tussen de exhibitionisten en acrobaten hebben geplaatst. Ook als we kijken naar de oude Ierse en Engelse kunst van heidense goden, zien we veel overeenkomsten die er op wijzen dat de Sheela hoogstwaarschijnlijk van de Britse eilanden afkomt.
    Hiermee is trouwens niet gezegd dat de Sheela een voorchristelijke heidense afkomst heeft. Feit blijft, dat de Sheela's die bekend zijn, zijn gevonden op plekken niet ouder dan de tiende eeuw. De meeste zijn gevonden in Engelse of Ierse kerken die gebouwd zijn aan het eind van de elfde eeuw, en een Engelse of Normandische stijl hebben. Dit zou, zeker stilistisch gezien, kunnen wijzen op een Keltische achtergrond. Toch zijn er mensen die van mening zijn dat de Sheela's nog ouder zijn. Een belangrijke reden hiervoor is dat veel Sheela's, zoals uit enkele afbeeldingen in deze scriptie blijkt, ingemetseld lijken te zijn in het gebouw waar ze nu te vinden zijn. Dit kan meestal worden opgemaakt uit het feit dat er voor de Sheela een andere steensoort is gebruikt, dat deze vaak ook een heel andere vorm heeft dan de rest van de stenen, en vaak ziet de Sheela er ook ouder en meer vergaan uit dan de rest van het gebouw. Hoewel aangenomen wordt dat de Sheela uit grofweg de tiende eeuw stamt, is hier nog niet het laatste woord over gezegd.
 
2: De Sheela nader bekeken
    Nu weten we meer over de verspreiding en vindplaatsen van de Sheela. Om meer te weten te komen over wat ze nu eigenlijk betekent wordt ze nog eens extra onder de loep genomen en worden haar afzonderlijke kenmerken bekeken. Als referentiekader hiervoor zullen met name de hieronder afgebeelde Sheela's van Kilpeck, Engeland (afbeelding 17) en Cavan, Ierland (afbeelding 18) gebruikt worden. Zij zijn twee van de bekendste Sheela's en vertonen veel van de typische kenmerken die hieronder beschreven zullen worden.
Het eerste wat opvalt als je een Sheela bekijkt is de nadruk die op de vulva wordt gelegd. Deze vulva is meestal wanstaltig groot en wordt door een snee of een gat weergegeven.
      
    De Sheela zit daarbij vaak gehurkt, maar soms ook spreid ze alleen haar benen. Haar handen wijzen meestal in de richting van de vulva, en er zijn ook verscheidene Sheela's die met hun handen hun vagina opentrekken. Sommige Sheela's wijzen slechts met een hand naar hun vagina, terwijl ze hun andere hand boven het hoofd houden, en in enkele gevallen houdt ze beide handen boven het hoofd. Er zijn onderzoekers die hebben geprobeerd om uit deze houdingen verschillende typeringen of aanwijzingen voor een bepaalde herkomst te halen, maar tot nu toe is niemand hierin geslaagd. Waar het waarschijnlijk uiteindelijk om gaat, is dat de nadruk gelegd wordt op de vagina, vandaar de gespreide benen en armen die naar de vagina wijzen. De omhoog wijzende armen zouden misschien kunnen worden uitgelegd als een wanhoopsgebaar of een poging om af te schrikken, wat weer heeft te maken met de uiteindelijke betekenis die aan de Sheela gehecht wordt. Sommige Sheela's houden hun hand bij hun oor, zoals de al eerder afgebeelde Sheela van Kiltinane. Dit zou kunnen duiden op waakzaamheid. Karkov geeft echter nog een andere uitleg. Zij merkt op dat sommige Sheela's met een hand hun vagina aanraken, en legt dit uit als masturberen . Dit wijst weer meer in de richting van een lustsymbool.
    Wat daarna opvalt, is de lelijkheid van de Sheela. Ze mag dan naakt zijn en de nadruk mag dan op haar vagina liggen, als erotisch of opwindend wordt dit niet ervaren. Haar
lichaam heeft totaal verkeerde verhoudingen en ze wordt door onderzoekers vaak in een adem genoemd met andere grotesken die in kerken te vinden zijn .
Om te beginnen is er het vaak te grote hoofd, dat in de regel kaal is . Haar ogen zijn groot en puilen uit, iets wat trouwens kenmerkend is voor de mensfiguren van de insulaire kunst. De mond is bijna altijd vertrokken in een grijns, of wijd opengesperd. De Cavan Sheela is hier een erg mooi voorbeeld van. Ze heeft haar mond wijd open, steekt haar tong uit en zelfs haar tanden zijn kenbaar gemaakt. Sommige Sheela's lijken juist eerder een kalme glimlach te hebben, zoals die in Kilpeck, of de Sheela die door Wright nagetekend werd (afbeelding 19),  hoewel dat kalmerende effect door de andere lichaamskenmerken meestal weer teniet wordt gedaan.
    Een ander belangrijk kenmerk is de tekenen van ouderdom die veel van de Sheela's vertonen. Het kale hoofd is zou een verwijzing naar dood en verval kunnen zijn, maar er is nog meer. Bij een aantal Sheela's zijn de ribben aangegeven, en sommige lijken ook rimpels in het gezicht te hebben. De Cavan Sheela is hier weer een mooi voorbeeld van. De diepe inkepingen in de borstkas geven de ribben aan. Ook heeft ze een paar lijnen op haar voorhoofd staan die, hoewel ze misschien ook een hoofdband zouden kunnen voorstellen, meestal worden geïnterpreteerd als rimpels. Een ander mooi voorbeeld waarin de ouderdom van de Sheela goed te zien is, is de Llandrindod Sheela , een van de weinige Sheela's die in Wales is gevonden, en die hierboven is afgebeeld. Ook hier weer zien we de inkepingen van de ribben. Op het voorhoofd zijn enkele rimpellijnen aangegeven en ook boven de mond zien we een paar verticale lijnen.
Bij de Llandrindod Sheela zijn ook de borsten aangegeven. Dit is echter bij lang niet alle Sheela's het geval. In feite zijn er slechts enkele Sheela's bekend waarvan de ontblote borsten duidelijk aangegeven zijn, en dit lijkt dus niet zo'n groot belang te hebben.
Stilistisch gezien zijn er overigens opvallende overeenkomsten met oudere Keltische afbeeldingen. Dit komt vooral naar voren in de manier waarop het hoofd wordt afgebeeld. Kijken we naar de onderstaande beelden, dan is te zien dat ook zij buitenproportioneel grote hoofden hebben, en grote starende ogen. Dit is kenmerkend voor de Keltische beeldtraditie. Vooral het beeld links op de afbeelding doet aan de Sheela denken. Het is een beeld dat, samen met het andere beeld, is gevonden op een kerkhof op het eiland Boa, waar het gedeeltelijk in de grond is gezakt of begraven. Dit beeld staat bekend als de Lustymore Idol of de Lustymore Man in afbeelding 20(Lustymore is overigens een plaats, en heeft in die zin niets van doen met het woord 'lust'). Hoewel er zeker kenmerken van de Sheela in terug te vinden zijn, zoals het grote kale hoofd met opengesperde mond, en de armen die naar het kruis lijken te grijpen, wordt het beeld dus klaarblijkelijk beschouwd als een man. Het andere beeld is  een beeld van Janus, een god met twee gezichten, waarnaar onze maand januari is vernoemd.

    Nu we haar beeltenis wat stelselmatiger bekeken hebben, wordt haar naam onder de loep genomen. Deze naam is bijna even mysterieus en onbegrepen als de Sheela zelf. Voor de verschillende theorieën over de naam heb ik vooral Freitag's boek gebruikt, waarin een hoofdstuk is gewijd aan de naam van de Sheela .
    Om te beginnen is de naam lang niet zo oud als de Sheela is. Toen de Sheela in de jaren veertig van de 19e eeuw opgemerkt begon te worden door antiquariaten en onderzoekers werd was R.P. Colles de eerste die deze term gebruikte . Hij zou gevraagd hebben aan een voorbijganger wat het beeldje voorstelde en deze zou hebben geantwoord met Sheela Na Gig. Ook anderen maakten daarna gebruik van deze, en soortgelijke, termen. John O'Donovan, bijvoorbeeld, noemde haar 'Sheela Ny Gigg' . Men is het erover eens dat dit hoogstwaarschijnlijk een verbastering van een Ierse term is, maar van welke term is onduidelijk.
    Het gedeelte 'Sheela' lijkt een naam te zijn. Sheila is een veelvoorkomende Ierse meisjesnaam. 'Na' of 'Ni'  kan worden uitgelegd als respectievelijk 'van de' of 'dochter van'. In dat laatste geval zou Gig een (familie)naam zijn, maar dat lijkt onwaarschijnlijk. Het is inderdaad zo dat 'Gig' het meest mysterieuze gedeelte van de naam lijkt te zijn.
    Er is geopperd dat de naam Sheela-na-gig is afgeleid van Síle na gCíoch, wat 'Sheela van de borsten betekent. Dit is echter nogal onwaarschijnlijk. Hoewel er wel enkele Sheela's met borsten zijn', is er bij de meeste afbeeldingen niets van te vinden. Een andere herleiding is misschien Síle-ina-Gíob. Dit betekent 'Sheela op haar hurken', wat al een stuk aannemelijker klinkt.
    Aan andere betekenissen die aan de naam worden toegeschreven is ook te zien wat voor betekenis er aan de Sheela gehecht kan worden. Zo haalt Freitag aan dat in het Engels 'gig' een volksbenaming voor het vrouwelijke geslachtsdeel is. Daarnaast zou het ook verwijzen naar een vrouw met losse seksuele moraal, of een prostituee . In diezelfde tekst verwijst ze overigens ook naar de gig als een dans (jig). Sommige Sheela's zijn inderdaad met hun armen en benen afgebeeld op een manier die misschien aan een dans doet denken. Dit komt echter maar zelden voor, en zelfs in die gevallen dat ze hun benen spreiden of armen omhoog houden, lijkt het wat vergezocht om te zeggen dat ze dansen.
    Een term die erop zou kunnen wijzen dat de Sheela bovennatuurlijk is, is het woord Sí. Dit woord betekent zoveel als elf of fee, en verwijst in Ierland naar het geheimzinnige volk onder de grond of in de elfenheuvels, die ooit de machtige goddelijke stam Tuatha De Danann waren, voordat de voorouders van de Ieren Ierland bereikten en de Tuatha versloegen. In die zin zou Sheila dus naar Sí kunnen verwijzen, en zou ze een goddelijke, of in ieder geval magische, status kunnen hebben. Inderdaad wordt er soms naar de Sheila verwezen als 'het Idool' . Het feit dat ze als een oude vrouw is afgebeeld zou ook voor goddelijkheid kunnen pleiten. Hiermee wordt de Sheela gelijkgesteld aan de oude vrouw, of de 'hag'. In Ierland zijn er verschillende bekende verhalen waarin deze 'hag' wordt gezien als personificatie van Ierland. Een man die het land in bezit wil krijgen, moet met de oude vrouw slapen. Zij verandert in een mooie jonge vrouw en de man heeft bewezen dat hij het waard is heerser te zijn. Hier is de oude vrouw niet alleen een bovennatuurlijk wezen, maar een vereenzelviging met het land. Dit zou kunnen verklaren waarom veel Sheela's hoog in een gebouw zijn geplaatst en over het land uit lijken te kijken.
    Ten slotte wordt er nog een duidelijk christelijke betekenis aan haar naam gegeven als er een link wordt gelegd met een Ierse heilige die Sheila heet een de vrouw van de beroemde Sint Patrick zou zijn. Deze Sheila zou stormen veroorzaken als ze kwaad is, door met een tak te zwaaien. Freitag merkt op dat in het Iers een tak een géag is . Er is inderdaad een afbeelding van een Sheela bekend in Rompsey (Engeland) waarop een Sheela met een heiligenstaf staat afgebeeld (afbeelding 21). Deze afbeelding is voor zover bekend echter de enige in haar soort.

3: De Betekenis van de Sheela
    Voor een beeltenis die zoveel vragen oproept als de Sheela, en waar zo weinig over bekend is, is het vanzelfsprekend ook moeilijk om een eenduidige betekenis te vinden. Vanaf toen ze werd gevonden in de negentiende heerste er al verwarring over wat ze ons wil zeggen. In de negentiende eeuw speelde de preutse moraal ook een grote rol, waardoor er misschien aspecten van de Sheela verloren zijn gegaan. De Sheela is in ieder geval een beeld dat niet alleen tot de verbeelding spreekt, maar ook shockeert, en in de Victoriaanse tijd zal dat zeker niet anders zijn geweest. Zo verschilt de Sheela die Thomas Wright natekende (zie afbeelding in inleiding) nogal van de andere Sheela's. Ze heeft ronde borsten, een vriendelijke glimlach, en ziet er in het geheel een stuk menselijker uit dan haar soortgenoten. Karkov denkt dat dit te maken heeft met de invloeden van de negentiende eeuw, met name die van de schoonheid van de vrouw en de manier waarop er vanuit de kunst naar haar gekeken wordt . Een andere negentiende eeuwse interpretatie ziet zelfs helemaal af van een vrouwelijke interpretatie. De Victoriaanse kunstenaar G.R. Lewis beschrijft een Sheela als een dwaas, waarbij de opengesperde vagina worst aangezien voor een gapende wond, waardoor de dwaas zijn hart voor iedereen openstelt .
    Dit is echter een uitzondering. Men wist zeker wel dat de Sheela een naakte vrouw voorstelt, alleen naar de betekenis kon men slechts gissen. Dit kwam niet alleen omdat er over de Sheela voor zover men weet geen geschreven bronnen zijn, maar ook doordat een andere tijd een ander gedachtegoed met zich meebrengt, en zo kunnen dingen die vroeger waarschijnlijk overduidelijk waren in een mist van geheimzinnigheid gehuld worden. Ook nu, in de eenentwintigste eeuw wordt er nog veel gespeculeerd over de ware betekenis van de Sheela. Er is in de eeuw daartussen echter het een en ander onderzocht en dat heeft een aantal interessante theorieën opgeleverd.
    De bekendste theorie is dat de Sheela een symbool is dat de zonde van de lust symboliseert. Ze is, zoals Weir een van de titels in zijn boek, Images of Lust, toepasselijk noemt, 'ugly as sin', lelijk als de zonde . De manier waarop ze haar vagina wijdt open spert, en daarbij vaak schreeuwt of grijnst, kan inderdaad allerminst als aantrekkelijk worden omschreven. Karkov maakt overigens nog een vergelijking met de vagina en de altijd roddelende mond van de vrouw. Ze noemt de vagina dentata, en de mond van de hel . Ook het feit dat de Sheela vaak bij andere exhibitionistische afbeeldingen wordt ingedeeld versterkt het idee van een lustsymbool, dat moet waarschuwen tegen deze doodzonde. Maar toch ligt het niet zo simpel. Waarom is de Sheela vaak specifiek boven ingangen afgebeeld? En als ze een didactische functie heeft, waarom is ze dan soms op plekken te vinden waar ze niet, of bijna niet te zien is? Vaak lijkt de Sheela ook geen enkele context te hebben, en duikt ze 'opeens' op. Een opvallende uitzondering hierop is een Sheela die samen met een mannelijke tegenhanger is afgebeeld (nummer 22). Ook deze afbeelding is boven een opening te vinden, hoog op de kerk van Whittlesford in Engeland. We zien links een typische Sheela, die hurkt en met haar handen een diep uitgehouwen vagina aanwijst. Over de opening kruipt een man, die een erectie heeft, naar haar toe. Voor deze afbeelding zijn enkele verklaringen, hoewel niet erg overtuigend. Weir interpreteert het als de verzoeking van de Heilige Antonius .

    Zelf vind ik deze interpretatie wat vergezocht. Misschien ligt er een nieuwe mogelijkheid in een andere populaire uitleg van de Sheela, namelijk als kwaadafwerende figuur. Deze betekenis lijkt meer en meer terrein te winnen, en houdt in dat de opengetrokken vagina van de Sheela het kwaad afweert of sust. Dit lijkt voor de moderne mens een nogal absurde gedachte, maar in feite is dit een erg oude traditie die tot in de vroege moderne tijd nog bekend was.  Als voorbeeld is op afbeelding 23 de held Perseus te zien die samen met de godin Athena Medusa verslaat. Hoewel Medusa in deze afbeelding als het kwaad wordt neergezet, heeft ze zelf ook een kwaadafwerende functie. Zo werd ze, net als de Sheela, vaak boven ingangen afgebeeld. In deze afbeelding is goed te zien hoeveel overeenkomsten zijn, vooral in het monsterlijke gezicht met brede grijns en uitpuilende ogen, maar ook in de gespreide benen. Hoewel Medusa hier een paard vasthoudt,  doet ze dit op zo'n manier dat die zich voor het kruis bevinden. In de klassieke kunst zijn meer afbeeldingen van Medusa te vinden, en nog meer vrouwen die hun rok optillen om de vulva te laten zien (wat bekend staat als anasyrma ), en daarbij is de algemene interpretatie dat ze een kwaadafwerende functie hebben.
Afbeelding 24 laat zien dat dit gebaar in veel latere tijden nog niet aan kracht afgedaan heeft. Het is een illustratie voor La Fontaine, gemaakt door Charles Eisen in de achttiende eeuw, waarop te zien is hoe een jonge vrouw haar geslachtsdelen toont aan een duivel, die hier zichtbaar van onder de indruk is. Er zijn ook tal van mannen bekend die hun geslachtsdelen tentoonstellen, vaak met dezelfde bedoeling. Als we de afbeelding in Whittlesford op deze manier bekijken, zou deze als kwaadafwerend kunnen worden gezien. Het feit dat deze zich, net als vele andere afbeeldingen van Sheela's, boven een ingang bevindt, pleit hier ook voor. Dat sommige Sheela's niet te zien zijn voor mensen, kan worden uitgelegd door de aanname dat lang niet al het kwaad menselijk is, maar van demonische aard is, en binnenkomt via andere plekken, misschien wel van bovenaf.
   
    Als we deze kwaadafwerende functie doortrekken, komen we bij een vrij nieuwe theorie uit, bedacht door Freitag, waarin de Sheela een rol bij de geboorte speelt. Er zijn inderdaad enkele afbeeldingen bekend van vrouwfiguurtjes, kaal, lelijk en grotesque, die een kind baren en wel wat weg hebben van de Sheela. De figuur uit Tollevast, Frankrijk (afbeelding 25) heeft een vertrokken gezicht en trekt de baby eigenhandig uit de vulva. De figuur uit Romsey, Engeland (afbeelding 26), zit gehurkt en kijkt strak voor zich uit. Zij worden echter niet tot de Sheela's gerekend.

    Figuren die wel tot de Sheela's worden gerekend zijn de twee onderstaande figuren. Op het eerste gezicht lijken dit doorsnee Sheela's, maar als je wat beter kijkt zie je dat er figuren, mogelijk attributen zijn toegevoegd. De Sheela uit Moate, Ierland (afbeelding 27) lijkt een band om de buik te dragen, en bij de Sheela uit Lavey, Ierland (afbeelding 28) is een cirkel onder een van de armen gekerfd. Freitag legt dit uit als geboortegordels, en wijst erop dat in oudere tijden, eveneens in de Middeleeuwen, geboortes vaak gepaard gingen met uitgebreide rituelen en veel bijgeloof. Zij denkt dat de Sheela waarschijnlijk bescherming bood bij geboortes. Haar uiterlijk van oude vrouw zou wijzen op de cyclus van leven en dood, die bij geboorte zeker aanwezig was .  

    Een mogelijkheid zou dus kunnen zijn dat ze als een soort beschermheilige werd beschouwd tijdens bevallingen, maar dit is toch heen bevredigende verklaring voor haar nogal vreemde vindplaats op kerken en andere plekken.
    Een andere populaire betekenis van de Sheela is die van heidense vruchtbaarheidsgodin. Dat de Sheela heidense wortels heeft is niet zeker, maar er zijn wel aanwijzingen voor. Een daarvan is al eerder gegeven, namelijk de stilistische overeenkomsten met andere beelden van oude Keltische goden. Dit is echter geen overtuigende aanwijzing, aangezien we dezelfde starende ogen en vereenvoudigde lichamen ook in de insulaire manuscripten tegenkomen, die zeer zeker christelijk zijn. Toch lijkt er in de Middeleeuwen een zekere heidense betekenis aan de Sheela te zijn gegeven, zoals duidelijk te zien is in onderstaande afbeelding, in Melbourne, Engeland (afbeelding 29), waarin het motief van de Sheela wordt gemengd met dat van de Groene Man. De Groene Man is waarschijnlijk een van de meest bekende heidense motieven die in de kerkelijke iconografie geslopen zijn . Het is een gezicht dat zich tussen bladeren bevindt, met als veel voorkomende variaties een gezicht dat geheel uit bladeren bestaat, of een gezicht waar takken en bladeren uit groeien. De Sheela lijkt weer een variatie op het laatste. Het is duidelijk te zien hoe er uit haar breed glimlachende mond krullende takken groeien. Hier is de vraag of het om een werkelijk heidense afbeelding gaat waarin twee motieven worden verenigd als ultiem vruchtbaarheidssymbool, of dat het om een christelijke waarschuwing gaat, waarin een lustsymbool verstrikt is geraakt in haar eigen aardse geneugten, gesymboliseerd door de takken. 

    Er zijn dus aanwijzingen voor een heidense achtergrond, maar is de Sheela ook daadwerkelijk een vruchtbaarheidsgodin, zoals bijvoorbeeld Roberts stelt ? Ze legt de nadruk op haar vagina, wat een teken van seksualiteit is, maar is het ook een teken van vruchtbaarheid? De Sheela mist enkele andere belangrijke kenmerken, zoals een ronde, zwangere buik, en volle borsten. Sterker nog, op haar opengesperde vagina na, lijkt ze meer weg te hebben van de dood, met haar kale hoofd en vaak magere lichaam. Natuurlijk is er het leven-in-dood-aspect of het dood-in-leven-aspect, wat bij de Sheela als hulp bij geboorte ook al naar voren komt, maar toch lijkt het wat vergezocht om dat ook in de Sheela terug te zoeken. En er is dan weer de vraag: wat doet een oud heidens vruchtbaarheidssymbool in een kerk? Daarnaast is het toch opvallend dat een oud, heidens figuur pas in de Middeleeuwen opduikt.

Conclusie
    Het moge duidelijk zijn dat er, hoewel er al heel wat is geschreven over haar, nog steeds veel onduidelijkheid heerst over de Sheela. Men is het erover eens dat de verreweg meeste Sheela's in Ierland en Engeland te vinden zijn, maar is vaak ook nog geneigd om de exhibitionisten en soortgelijke figuren erbij te betrekken. Dit is zeker het geval als men de betekenis van christelijk lustsymbool aan de Sheela geeft. Als dit gebeurt wordt er echter voorbij gegaan aan het feit dat verreweg de meeste Sheela's alleen staan afgebeeld.
Ook over de afkomst en reden van verspreiding van de Sheela's heerst nog veel verdeeldheid. Dat er heidense motieven in het spel zijn staat buiten kijf. Toch zijn de vroegst bekende Sheela's niet ouder dan de tiende of elfde eeuw, en dat spreekt de Sheela als een waar heidens motief weer tegen. Daarbij zijn deze vroege Sheela's ook nog eens zonder uitzondering in kerken te vinden.
Hoewel over het algemeen wordt aangenomen dat de Sheela van het vasteland afkomstig is, wordt dit denk ik om de verkeerde reden aangenomen. Als reden hiervoor worden namelijk de exhibitionistische figuren van de Romaanse kerken in onder ander Frankrijk genoemd. De Sheela-figuren die hier terug te vinden zijn, zijn naar mijn mening echter allerminst overtuigend, wat in hoofdstuk 1 al aangetoond is. Toch kan een afkomst van het Europese of misschien Oosterse vasteland niet zomaar van de hand gewezen worden. De reden hiervoor zijn de antieke kwaadafwerende figuren. Het zijn niet alleen de figuren, maar ook het motief, het tentoonstellen van de genitalia, dat in de klassieke wereld al voorkomt en ook in de Middeleeuwen nog heel bekend is. Ook de Sheela laat haar vagina aan iedereen zien, en haar monsterlijkheid lijkt te benadrukken dat ze bedoeld is om af te schrikken. Haar stilistische kenmerken komen sterk overeen met die van oude insulaire Keltische kunst, wat pleit voor een afkomst van de Britse eilanden.
De Sheela is voornamelijk op kerken en kastelen terug te vinden. Dit zijn gebouwen die in de Middeleeuwen een belangrijke functie vervulden in de gemeenschap. Daarnaast waren ze er ook ter bescherming. Deze bescherming was niet alleen tegen de menselijke vijand, maar ook tegen kwade krachten, duivels en demonen. Dit kan verklaren waarom Sheela's juist veel op kerken te vinden zijn, en soms ook op plekken waar ze voor mensen niet of nauwelijks te zien zijn.
Hoewel de Sheela een middeleeuws verschijnsel is, zijn er toch sporen te vinden van een ouder en heidens verleden. Deze zijn onder andere te vinden in de verhalen over oude vrouwen die het land vertegenwoordigen, in geboorterituelen, of in vergelijkbare kwaadafwerende afbeeldingen. Het is waar dat veel van deze aspecten via de Middeleeuwen aan ons overgeleverd zijn. Toch is het ook zo dat dit de vroege Middeleeuwen zijn, waarin de kerk weliswaar aan de macht kwam en het christendom oprukt, maar het volk nog zeer heidens was.
Ook is er het feit dat het afweren van kwaad niet specifiek heidens of christelijk is, maar van alle tijden en alle culturen. Waarschijnlijk vervulde de Sheela hier een rol waar grote behoefte aan was, namelijk dat als kwaadafwerend symbool, waarbij het tonen van de geslachtsdelen als sterk middel werd gezien.
  
Bronnen

- Boeken:

Anderson, Jørgen. The Witch on the Wall. Medieval Erotic Sculpture in the British Isles. Rosenkilde & Bagger, Allen & Unwin. 1977.

Concannon, Marleen. The Sacred Whore. Sheela Goddess of the Celts. Collins Press. 2004.

Freitag, Barbara. Sheela-na-gigs. Unravelling an Enigma. Routledge. 2004.

Freitag, Barbara en Oeser, Hans-Christian. 'Das Rätsel der "Sheela-na-gigs". Indiskrete Zeuginnen mittelalterlichen Volksglaubens'. Neue Zürcher Zeitung. Nr. 278. 2000. blz. 66.

Jones, Malcolm. The Secret Middle Ages. Sutton Publishing. 2002.

Karkov, Catherine E. 'Sheela-na-gigs and Other Unruly Women: Images of Land and Gender In Medieval Ireland'. Uit: Hourihane, Colum (Ed.) From Ireland Coming. Irish Art from the Early Christian to the Late Gothic Period and Its European Context. Princeton University Press. 2001.

Lindahl, Carl e.a. Medieval Folklore. An Encyclopedia of Myths, Legends, Tales, Beliefs and Customs. ABC-CLIO. 2000.

Roberts, Jack en McMahon, Joanne. The Sheela-na-gigs of Britain and Ireland. An Illustrated Map and Guide. Bandia Publishing. 1997.

Ross, Anne. Pagan Celtic Britain. Studies in Iconography and Tradition. Routledge en Kegan Paul, Londen. Columbia University Press, New York. 1967. (229-232, face-pots, fertility-funerary)

Rynne, Etienne. 'A Pagan Celtic Background for the Sheela-naGigs?' Uit: Rynne, Etienne. Figures from the Past. Studies on Figurative Art in Christian Ireland. Glendale Press. 1987.

Sheridan, Ronald en Ross, Anne. Gargoyles and Grotesques. Paganism in the Medieval Church. New York Grpahic Society, Boston. 1975. (64-66)

Weir, Anthony en Jerman, James. Images of Lust. Sexual carvings on Medieval Churches. Batsford. 1986.

Witkowski, G.-J. L'Art Profane a l'Église. Ses Licences Symboliques, Satiriques et Fantaisistes. Schemit. 1908.

- Internet:

Harding, John. The Sheela-na-gig Project. 2005.
    URL: http://www.sheelanagig.org/

Roberts, Jack. 'Sheela-na-gigs'. White Dragon. 1996.
    URL: http://www.whitedragon.org.uk/articles/sheela.htm

Weir, Anthony. 'Potency and Sin. Ireland and the Phallic Continuum'. Mercian Mysteries. 2001.
     URL:  http://www.indigogroup.co.uk/edge/Phallic.htm

Wylie, Ruth. 'The Green Man. Variations on a Theme.' At The Edge.  2002.
    URL: http://www.indigogroup.co.uk/edge/greenmen.htm

Sheela-Na-Gig
Home

Over Illumia

Artwork

Cursussen

Artikelen

Links


Open Galerie Helmond
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
28
27
29
ILLUMIA
kunst &
geschiedenis